“Ik ben trots om een Rotterdammer te zijn!”

De Algemene Beschouwing van ChristenUnie-SGP raadslid Setkin Sies op het collegeprogramma #kendoe en de begroting 2015:

Voorzitter,

De komende jaren zal er een krachtmeting zijn in deze stad en dan heb ik het niet over de krachten in dit huis, het spel van het college, de oppositie en de coalitie, maar een krachtmeting van de stad.

Nieuwe werkelijkheid
Is deze stad vitaal genoeg om de komende versoberingen, transformaties, transities en eventueel het aanhouden van de financiële crisis op te vangen? Trouwens hoe lang is iets een crisis en vanaf wanneer is het de nieuwe werkelijkheid, blijven we ons meten met het verleden, dan zullen we ons voorlopig achtergesteld en onzeker voelen. Of accepteren we de nieuwe werkelijkheid als nulmeting en bouwen we vanaf hier verder?

Vertrouwen in Rotterdammers
Dit college kiest ervoor om de strijd aan te gaan met de vereenzaming in de samenleving, de werkeloosheid onder Rotterdammers, de bureaucratie van de overheid en tegelijkertijd kiest dit college ervoor om de krachten van de Rotterdammers te meten. De Rotterdammers krijgen meer verantwoordelijkheden, ze worden concreet uitgedaagd om hun sterke schouders er (nog) meer onder te zetten. In de zorg, in het schoonhouden van de straat en bijvoorbeeld in het financieren van welzijn en cultuur.

Deze ontwikkeling spreekt van een groot vertrouwen in de Rotterdammers. Een vertrouwen dat wij als ChristenUnie-SGP principieel delen.

Werken aan een Mooierdam
Rotterdam is namelijk een stad waar de bewoners trots op zijn en daar waar je trots op bent wil je je ook voor inzetten. Ik ben trots op de 155.000 vrijwilligers, de ondernemer die vanuit bezorgdheid en zijn eigen expertise bij de wethouder aan de bel hangt over het onderhoud en veiligheid van de maastunneltrappen, de ondernemer die zijn portemonnee trekt omdat hij het initiatief van een hockeyclub op Zuid een fantastisch idee vindt, de buurtvaders die vanuit hun zorg voor hun kinderen en de wijk samen de wijk doortrekken om rust en veiligheid te waarborgen. En dan natuurlijk die vele anderen Rotterdammers die zich dagelijks, dag en nacht vrijwillig en betaald inzetten om van deze mooiste rotstad die er is een Mooierdam te maken.

Je kan toch niet anders dan met een glimlach op je gezicht op verjaardagfeestjes vertellen over de nieuwe iconen die ons Rotterdam rijker is geworden, de populariteit van onze stad.

Trots om een Rotterdammer te zijn
Echter de echte stad wordt niet gebouwd door de stenen en de architectonische hoogstandjes. Echt trots ben ik op die Rotterdammers die met het hart op de juiste plek de handen uit de mouwen steken en tegen de stroom in, innovatief en klein beginnend het Rotterdam van morgen realiseren. Een Rotterdam waar oog is voor elkaar, waar je je buren kent, samen met hen eet en je bezit en capaciteiten deelt. Een Rotterdam waar we geen spullen weggooien of mensen afschrijven, omdat we de waarde van iedereen en alles zien. Een Rotterdam waar je bij wilt horen, waar je wilt wonen, waar je trots op kunt zijn. Voorzitter, ik ben trots op ons Rotterdam, trots om een Rotterdammer te zijn.

Wij vinden deze krachtmeting wel een spannende. Want voor een echte krachtmeting heb je spierballen nodig en niet alleen spierballentaal.

Krachtmeting
Het college presenteert een begroting waarin veel voorstellen staan die nog niet onderbouwd zijn. Natuurlijk heeft het college tijd nodig om na de installatie de plannen uit te werken tot actieprogramma’s en beleidsstukken. Natuurlijk is het met beperkte middelen lastig schuiven en schakelen, natuurlijk zijn de verhoudingen in dit college ook al een krachtmeting ‘an sich’. Wij gunnen dit college dan ook deze tijd en zullen mild zijn in ons oordeel over deze begroting.

De conditie van de stad
Wij realiseren ons dat aan een echte krachtmeting een intensieve voorbereiding vooraf gaat. Je wint geen bokswedstrijd door de ring in te stappen, maar door je gedisciplineerd voor te bereiden. En afhankelijk van de conditie van de sporter en de kracht van de tegenstander zal de voorbereidingstraining langer of korter zijn.

Nu komt de spannende exercitie: Wat is de conditie van de stad? En waar kijk je dan naar voor het beantwoorden van deze vraag? Je kunt er financieel technisch naar kijken: Is de begroting in balans? Zijn de structurele kosten gedekt door structurele inkomsten?

Wankele begroting
Het college lijkt in ieder geval te kijken naar de weerstandsratio en de hoogte van het weerstandsvermogen. Het loopt terug, maar blijft nog net boven het minimum hangen, er moeten op dit punt dan ook geen gekke dingen gebeuren. Onze vraag aan de wethouder is daarom hoe hij dit fragiele evenwicht gaat managen zeker nu door achterstallig onderhoud kleine risico’s kunnen uitgroeien tot grotere.

Het vorige college is nogal eens verweten dat zij de reserves van de stad aan het uitputten was. Ik moet constateren dat dit college in haar eigen meerjarenprognose verwacht de reservepositie van de gemeente Rotterdam bijna te halveren. Graag hoor ik een reactie van de wethouder op dit punt.

Een ander aspect is of de balans in de stad goed is. Gaat er een evenredige hoeveelheid geld naar alle aspecten van de stad? Levert elk onderdeel van de begroting een evenredige bijdrage aan de opdracht van deze begroting. Het heeft er alle schijn van dat alleen cultuur gespaard wordt in deze uitputtingsslag van de begroting. Het lijkt erop dat de krachtmeting in het college op dit punt gewonnen is door D66.

Buitenruimte en Wonen
De kracht van een ketting is groot als de zwakste schakel. Willen we in deze stad echt sterker uit de strijd komen dan zullen alle schakels aandacht moeten krijgen. We hebben grote twijfels bij de schakels als het gaat om de buitenruimte. We zien een terugschroeven van het niveau, het uitstellen van onderhoud en het niet structureel borgen van de kosten. We zien een overbodige focus op het centrum en vrezen een enorme verslechtering in de wijken. Dit zal invloed hebben op de tevredenheid van onze Rotterdammers. Dit zal ons inziens ook een invloed hebben op de resultaten in de wijkprofielen en de veiligheidsbeleving.

Niemand zal onderkennen dat er veel laagopgeleiden en lage inkomens in de stad wonen en dat relatief veel mensen aangewezen zijn op een uitkering. De kunst is in onze ogen niet om deze mensen te vervangen door hoger opgeleiden, maar om hen te stimuleren om zelf die sterke schouders van Rotterdam te worden.

Onderwijs
We besteden veel geld en energie aan onderwijs in deze stad en bieden leerlingen veel extra mogelijkheden. Het spannende hierin is of en in welke mate we als stad de opvoeding van de jongeren moeten overnemen in een tijd dat de overheid zich meer en meer terugtrekt. Dit staat op zeer gespannen voet met het vertrouwen dat we belijden te hebben in de samenleving. We vertrouwen de samenleving dus wel de zorg van onze ouderen toe, maar niet de opvoeding van onze kinderen. Heel concreet noemen we de Rotterdamcode, verlengde leertijd en dringend carriere advies. Graag een reactie van de wethouder op dit punt.

Sterke schouders
Het college heeft als doel gesteld om meer sterke schouders in de wijken te laten wonen. Sterke schouders met een goede conditie die een bijdrage kunnen leveren aan de krachtmeting van deze stad. Ik moet u nu vragen om een definitie van sterke schouders, want ik denk dat u bedoelt: grote portemonnee. Het is namelijk niet zo dat een hogere opleiding, een groter intellect voorwaarden zijn voor meer betrokkenheid en investeren in de sociale cohesie en vraagstukken van onze stad. U bent op zoek naar zelfredzame mensen en dat zijn niet per definitie alleen hoogopgeleiden. Ook mensen met een minimaal inkomen kunnen zelfredzaam zijn en een zeer constructieve bijdrage leveren aan de maatschappij. Graag hoor ik van het college hoe zij de termen ‘sterke schouders’ en ‘kansrijke gezinnen’ definieert.

Armoedebeleid
Als het dan nu toch gaat om de lagere inkomens dan splitsen de wegen van dit college en onze partij zich. Wij missen een doordachte en uitgewerkte visie op het armoedebeleid en enig inlevingsvermogen voor de consequenties die dit beleid heeft voor vele duizenden Rotterdammers. Ook wij stellen ons op het standpunt dat het moet lonen om te werken en een uitkering een aanvulling is op de eigen verdiensten. Echter wij denken dat te kunnen realiseren door de toelagen aflopend en afhankelijk van de hoogte van het inkomen te maken en op die manier de armoedeval te beperken.

Wij kunnen ons ook iets voorstellen bij een beloningssysteem voor diegene die vanuit een langdurige werkeloosheidspositie zich weer een zelfredzame positie in de samenleving heeft verworven. Afvalstoffenheffing
U kiest ervoor om inkomsten voor de armsten in deze stad te verlagen en hun lasten te verhogen. Met dit laatste maakt u de sier naar de rest van Rotterdam door te melden dat u de afvalstoffenheffing heeft verlaagd. Ik kan u nu meedelen dat ik, en met mij velen, er geen prijs op stellen om een korting te ontvangen op de afvalstoffenheffing ten koste van de allerarmsten. Daarom roep ik bij deze dan ook alle Rotterdammers op die een korting krijgen op hun afvalstoffenheffing om het verschil tussen 2015 en 2014 te doneren aan het fonds Bijzondere Noden. Op deze manier komt het geld, bestemd voor de armsten van deze stad, toch nog bij hen terecht. Ik wil het geld van de armsten van deze stad niet, ik zou liever zien dat u de afvalstoffenheffing verlaagd doordat u snijdt in de kosten.

Mijn vraag aan de wethouder is of hij bereid is om bij de belastingaanslag een begeleidende brief te doen waarin Rotterdammers wordt gewezen op de totstandkoming van de kostenverlaging en hen de gelegenheid wordt geboden om het deel dat veroorzaakt wordt door het verhalen op de armsten van de stad, over te maken aan een goed doel, bv het fonds bijzondere noden.

Duurzaamheid
We zien veel instrumenten in deze begroting en het collegewerkprogramma waarvan wij denken dat het de stad sterker maakt. De duurzaamheidsparagraaf, niet alleen goed voor de gezondheid, maar uiteindelijk ook voor de economie is daar een goed voorbeeld van. Net als de ambities voor het verbeteren van de luchtkwaliteit, al twijfelen we nog wel of de middelen die daarvoor toereikend genoeg zijn.

Terugtredende overheid
De grootste krachttoer in deze collegeperiode zal in onze ogen moeten komen uit het overlaten aan en het vertrouwen van de bewoners van Rotterdam. Dit vraagt een andere overheid, niet een regisserende, maar een faciliterende. Dit vraagt een andere politiek, niet een zichzelf profilerende, maar van het laten schijnen van anderen. We hebben er alle vertrouwen in dat trotse Rotterdammers graag de door u aangeboden handschoen oppakken, het spannende vinden wij of wij hen de ruimte bieden die ze nodig hebben. Een krachtige politiek van ‘We Kendoe’ kan wel eens de noodzakelijke stimulans van ‘You Kendoe’ in de weg staan.

Tot slot
Voorzitter, de wapenspreuk van Rotterdam is ‘Sterker door Strijd’ . Aan het einde van deze collegeperiode is het 70 jaar geleden dat Koningin Wilhelmina deze wapenspreuk toekende aan Rotterdam. Wij willen de strijd in Rotterdam niet verliezen, we willen sterker worden, als stad en als mens.

Ik spreek dan ook de hoop uit dat over 4 jaar, aan het einde van deze collegeperiode ik nog steeds kan zeggen: ‘Ik ben trots om een Rotterdammer te zijn’ de afgelopen jaren hebben mij en de stad sterker gemaakt.

 
Deel dit artikel met anderen:
[shareaholic app=”share_buttons” id=”5067490″]