Recht op de stad (gastbijdrage Arie Lengkeek)

 
Een vernieuwende stad met ruimte voor initiatieven. Wat betekent dat nou echt? Afgelopen zomer was ik in Berlijn – selfmade city bij uitstek. De voormalige luchthaven Tempelhof is opengesteld voor de stad, onder de naam Tempelhofer Freiheit. Zoveel ruimte, dat de grootste toeloop van mensen moeiteloos verdwijnt. Zoveel initiatief en festiviteit ook. En ook plannen voor bebouwing, ontwikkeling. Protest daartegen. Want: van wie is het Feld? Wie maakt ruimte in de stad? Wie beslist?

Rotterdam kent haar eigen Tempelhofer Felden, waar een grote leegte achterblijf, met een hek eromheen. De Hofbogen: 2 km potentieel publieke ruimte midden in een stenig stuk stad. De leegstaande kantoren langs onze grote boulevards: Coolsingel, Weena, Blaak. De haventerreinen. Dat zijn fysieke plekken die leegkomen. Op vergelijkbare manier komen voorzieningen braak te liggen: denk aan de wijkbibliotheken en buurtcentra, het sociale programma in de wijken. De stedelijke vernieuwingswijken waar de corporaties, noodgedwongen, zich helemaal terugtrekken op hun kerntaken. Wie heeft het sleuteltje om de hekken rond deze ruimte open te zetten en de stad binnen te laten?

Nieuwe initiatieven nestelen zich in de ruimtes die vrijkomen. De crisis biedt kansen. Die kansen gaan over de kwaliteiten en waarden van het leven van alledag: prettig buiten spelen, samen voedsel produceren en plaatsen voor ontmoeting en samen ontwikkelen.

Nieuwe werkelijkheid
De crisis biedt ook kansen voor een nieuwe economie, een nieuwe werkelijkheid waarin andere motieven, vormen van kapitaal en nieuwe competenties worden aangesproken. Naast financieel kapitaal wordt tijd, kennis, netwerk, creativiteit als kapitaal inzetbaar en inwisselbaar. Doordat de motieven de initiatiefnemers na aan het hart liggen wordt dit kapitaal ruim aangesproken en ingezet: het blijkt in overvloed aanwezig. Maar wie slaat de brug tussen al deze initiatieven en een vernieuwing van het stedelijk ontwikkelingsperspectief op de lange termijn?

Common ground
Wil Rotterdam echt een vernieuwende stad zijn dan zijn de sleutel en de brug essentieel. In de afgelopen periode heeft de politiek het initiatief in de stad luidruchtig omhelsd, en plukte elke partij de bloemen die haar aanstonden. Leg de selectie van Mooierdam (ChristenUnie-SGP) maar naast de helden van Midden in Rotterdam (D66). Maar na de verkiezingen kun je stoppen met politiek bloemschikken en samen hard gaan werken aan de condities van de grond, de common ground.

Politiek en gemeentelijke overheid zouden daarbij goed doen zich te concentreren op de publieke werken: een infrastructuur waarbinnen initiatief tot bloei komt. Net als in eerdere tijden vraagt verdere groei van de stad een structurele bijdrage die alleen door de publieke sector gegarandeerd kan worden. Maar waar het eerder ging om de hardware van waterplan, snelwegen en havenbekkens, gaat het nu meer om orgware.

Orgware
Dat kan zitten in het ontwikkelen van coöperatieve organisatievormen, waarin eigendom, zeggenschap en rendement dicht bij de gebruikers wordt georganiseerd. Een eerste experiment in de Afrikaanderwijk is gestart: wat kunnen we als stad daarvan leren? Is er slimme vorm van advisering en kennisdeling denkbaar? Het kan zitten in een publieke garantstelling, niet voor een nieuw voetbalstadion, maar voor de reservering voor een parkstructuur op de Hofbogen: alleen de overheid is daartoe immers in staat, en brengt daarmee de ontwikkelingen in dit gebied in een volgende fase.

Het kan zitten in leergangen voor de ambtenarij binnen de muren van nieuwe initiatieven, zoals het Verhalenhuis Belvedère organiseert- maar dan wel samen met ondernemers en trekkers van andere initiatieven. Het kan zitten in gemeentelijk vastgoedstrategie die niet alle posities verkoopt om nú kapitaal te genereren. Denk aan vormen van erfpacht en het bewust in exploitatie houden van gebouwen die als schil voor buurtinitiatief kunnen dienen, zoals Dok010 in Overschie of de Proeftuin Feijenoord. Niet als huurbaas, maar als publieke dienst die uitdaagt en condities schept waarin mensen in de stad tot hun recht kunnen komen.

Werk aan de condities van de grond
Straks zijn de campagnes voorbij, de verkiezingen geweest. Linksom of rechtsom komt het er dan op aan: werk aan de condities van de grond. Markeer het speelveld waarin groot en klein, privaat en publiek, ondernemer en initiatiefnemer samen werken aan de stad. Als een rustige, zelfbewuste overheid die ruimte maakt voor het ‘recht op de stad’. Dat gaat ver, want: ‘The right to the city includes the right to change ourselves by changing the city’ (David Harvey).

Gastbijdrage van Arie Lengkeek (redactieleider bij AIR, het architectuurcentrum van Rotterdam)

Programma > Ruimte voor initiatieven

Bouwpolitiek gebaseerd op publieke waarden geeft bewoners maar ook andere direct betrokkenen (denk aan ondernemers en organisaties die actief zijn in de wijk) een veel serieuzere rol. Geen informatieavonden meer waar bewoners iets mogen vinden van volledig uitgewerkte plannen, maar de inwoners van Rotterdam echt een stem én een verantwoordelijkheid geven. De ChristenUnie-SGP wil zich inzetten voor een stad waarin Rotterdammers zelf de toekomst van hun wijk bepalen en vormgeven. Volop ruimte voor de ‘nieuwe collectieven’ dus: groepen van burgers die initiatief nemen in hun woonomgeving.

Deel dit artikel met anderen:
[shareaholic app=”share_buttons” id=”5067490″]