De haven? Die moet beter worden waar ze goed in is! (gastbijdrage Inge Janse)

 
Het is nogal wat, de plannen van ChristenUnie-SGP voor de Rotterdamse haven. Over 25 jaar niet meer afhankelijk zijn van fossiele olie, de raffinaderijen de deur wijzen, het cleantech-centrum van Europa worden, en meer toegevoegde waarde creëren voor de producten die je doorvoert.

Maar is dat realistisch? Ten dele. Zo blijft olie nog wel wat langer dan 25 jaar beschikbaar, zij het uit moeilijk winbare velden (zoals schalie-olie), zij het (na een technologische innovatie) uit duurzame bronnen als algen of houtresten. Dat betekent ook dat je de olie-verwerkende raffinaderijen en krakers juist in werking moet laten, omdat daar (eventueel na wat wijzigingen om met duurzame grondstoffen om te kunnen gaan) nog wel even werk voor is. Bovendien is het voor de chemische industrie erg handig als ze hun grondstoffen direct van hun buurman kunnen afnemen, in plaats van die per boot of pijpleiding binnen te halen.

Ook het cleantech-centrum van Europa worden is nogal wat, vooral omdat die sector al veel groter is in Eindhoven, Delft en Twente. Is het dan slim om een sector uit de grond te stampen op een plek die vooral al heel goed is in iets heel anders?

Waardecreatie
En als laatste lastige punt: meer toegevoegde waarde creëren. Idealiter doe je dat juist op de plek waar de grondstoffen ook gemaakt worden, en dat is niet in Rotterdam. Dat zie je ook in de Verenigde Staten, waar de zware industrie momenteel massaal investeert om de schaliegas en -olievoorraden op te pompen én te verwerken tot hoogwaardige producten. De Rotterdamse haven zal dus eerder een doorvoergebied blijven.

Het lijkt er dus op dat de ChristenUnie-SGP te radicaal wil sleutelen aan het havengebied, en voorbijgaat aan wat het juist al goed kan: de mogelijkheden voor invoer, overslag en doorvoer, de raffinaderijen en krakers die toegevoegde waarde creëren, de hoogwaardige chemische industrie en andere bedrijven die banen en geld opleveren, en de efficiënte samenwerking tussen die drie.

Innovatie
Rotterdam zou daarom moeten inzetten op het aanjagen van innovatie in wat er al gebeurt en waar de haven goed in is. ChristenUnie-SGP heeft daarom gelijk als zij zich er sterk voor maakt om serieus werk te maken van de queeste naar radicale grondstoffen- en energie-efficiëntie. Een leuk voorbeeld daarvan is de dit jaar geopende Marktplaats Energie-Efficiency, een fabriekshal waar bedrijven kunnen proeven van en ruiken aan nieuwe technieken om slimmer te werken. Maar die efficiëntieverbetering moet natuurlijk veel sneller en harder gaan, al was het maar omdat je anders in de concurrentiestrijd met Amerika (goedkope energie en grondstoffen) en Azië (goedkope arbeid en grotere afzetmarkt) gegarandeerd het onderspit delft.

Ook belangrijk voor die duurzame revolutie: maak geld vrij voor onderzoek naar vergroening van je grondstoffen, zoals de industriële koepelorganisatie Deltalinqs de afgelopen periode heeft gedaan naar de mogelijkheden om bio-ethanol te maken uit suikerbieten. Goed, daaruit bleek dat het nog niet rendabel mogelijk was, maar het biedt in ieder geval aanknopingspunten om verder te experimenteren.

Onderwijs
En als laatste, iets waar ChristenUnie-SGP ook indirect op hint: stimuleer dat jongeren een opleiding in de techniek gaan volgen. Goed opgeleide werknemers zijn sinds oudsher een belangrijk wapenfeit van de Nederlandse industrie, maar met die legers kappers, psychologen, muziekmanagers en communicatiedeskundigen die nu in de collegebanken zitten, hou je weinig fabrieken draaiend. Vooral op mbo-niveau is de vraag naar technici levensgroot, en zijn er talloze bedrijven die niet verder kunnen groeien omdat het noodzakelijke personeel hiervoor ontbreekt.

Samengevat: duurzaamheid is meer dan groen alleen. Bepaal wat je goed kan, en doe dat zo slim, efficiënt en rendabel mogelijk. Luchtfietserij is leuk, maar pragmatisme is beter.

Gastbijdrage van Inge Janse (adjunct-hoofdredacteur van het industrie-vakblad Petrochem en het Rotterdamse tijdschrift Vers Beton)

Programma > Duurzame haven

Rotterdam moet een ander soort haven worden, niet gebaseerd op groei en volume op de korte termijn, maar op recyclen en maakindustrie. De haven moet daarom niet langer de grootste willen zijn, maar een knooppunt van grondstoffen in een circulaire economie worden. Door deze transitie nu al in te zetten, zorgen we ervoor dat de werkgelegenheid in de haven ook in de toekomst behouden blijft.

Deel dit artikel met anderen:
[shareaholic app=”share_buttons” id=”5067490″]